Naar hoofdinhoud
1.. Een besluit om een aanvraag buiten behandeling te stellen wordt pas genomen als: er aan de belanghebbende minimaal tweemaal de gelegenheid is geboden om de aanvraag aan te vullen, en; er minimaal drie kalenderdagen na de laatste aanvultermijn zijn verstreken. 2.. Van het buiten behandeling stellen van een aanvraag kan worden afgezien als het niet, niet tijdig of onvoldoende inleveren van de gevraagde gegevens voortvloeit uit een kennelijke vergissing of een situatie van overmacht. 3.. Het ontbreken van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag leidt niet automatisch tot het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen als uit de feiten en omstandigheden of de wel aanwezige gegevens elke redelijke twijfel over het recht op de aangevraagde voorziening wordt weggenomen.

Rechtspraak bij dit artikel