Naar hoofdinhoud
Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat het verbod, bedoeld in artikel 3.28, eerste lid, van de Omgevingsverordening, niet geldt voor: niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stof, waarvan gedeputeerde staten bepaald hebben dat deze vanwege haar specifieke eigenschappen geen gevaar vormt voor de kwaliteit van het grondwater met het oog op de openbare drinkwatervoorziening; en een door gedeputeerde staten aangewezen categorie van gevallen waarin de niet-toelaatbare voor het grondwater schadelijke stof vanwege specifieke gebruiksomstandigheden geen gevaar vormt voor de kwaliteit van het grondwater met het oog op de openbare drinkwatervoorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel