Een raadslid ontvangt voor de werkzaamheden een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en burgerraadsleden, gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde maximum genoemd in tabel I van dat besluit.
Een raadslid ontvangt een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten gelijk aan het bepaalde in artikel 2, derde en vierde lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
3. Een raadslid wordt een extra bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Dit bedrag wordt in 12 maandelijkse termijnen uitbetaald.
4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet.
5. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat reeds de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
Artikel 2
Vergoeding voor de werkzaamheden en tegemoetkoming in de kosten voor raadsleden
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en burgerraadsleden Gennep 2024