Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers in Nederland of de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen worden aan een raads- of burgerraadslid vergoed:
de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een
werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;
Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
Als een raadslid of burgerraadslid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.
De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of burgerraadslid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 4
Reis- en verblijfkosten
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en burgerraadsleden Gennep 2024