**1..** Het dagelijks bestuur bereidt tenminste eenmaal per 4 jaren (gelijklopend met de zittingsperiode van de gemeenteraad) vóór 1 november een meerjarenbeleidsplan voor en legt dit ter vaststelling voor aan de raden van de deelnemers. In het beleidsplan staat welk beleid voor de deelnemers wordt uitgevoerd.
**2..** Het dagelijks bestuur stelt op basis van het meerjarenbeleidsplan jaarlijks het bedrijfsplan voor de dienst op.
**3..** Als de raad van een deelnemer ten aanzien van een bepaald onderwerp een eigen beleid wenst uit te voeren, dat afwijkt van het gemeenschappelijk beleid, wordt ook het afwijkende beleidsstandpunt van deze deelnemer in het bedrijfsplan opgenomen en door de dienst uitgevoerd. Voor de financiële gevolgen hiervan is artikel 22, lid 3, onder b, van toepassing.
**4..** Op basis van het meerjarenbeleidsplan wordt jaarlijks een programmabegroting opgesteld, waarin de activiteiten voor elk jaar worden aangegeven met de vermelding van de daarvoor benodigde financiële en personele middelen.
Van de baten en lasten van het openbaar lichaam wordt door het dagelijks bestuur over elk begrotingsjaar verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening, het jaarverslag met daarbij behorende bescheiden, zoals vermeld in artikel 213 van de Gemeentewet. Na de eigen oordeelsvorming zendt het dagelijks bestuur de voorlopige jaarrekening jaarlijks vóór de in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum toe aan de raden.
**5..** Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 34, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten en voorts aan de raden.