Voorschoolse educatie (VE) is een ontwikkelingsstimulerend programma in de kinderopvang voor peuters vanaf 2 jaar met een (risico op een) taal- en/of ontwikkelingsachterstand. Voorschoolse educatie wordt aangeboden door VVE-gecertificeerde kinderopvangorganisaties en is erop gericht om peuters zoveel mogelijk zonder achterstand in het basisonderwijs te laten starten. De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) geeft de indicaties voor VVE af aan de hand van de gemeentelijke doelgroep definitie en zorgt in Buren ook voor de toeleiding naar de VE-locaties.
Voor wie is de VVE?
Waar?
Peuters 2-4 jaar
Peutergroepen
Peuteropvang binnen de kinderopvang
Kleuters 4-6 jaar
Groep 1 en 2 op basisschool
Gemeenten hebben een wettelijke verplichting om de doelgroep definitie vast te stellen en zijn daarbij vrij om zelf te bepalen hoe zij die vormgeven.
Sinds 2019 is de verdeling van de onderwijsachterstandsmiddelen gebaseerd op een nieuwe systematiek. In het model van het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt een aantal omgevingskenmerken meegenomen die volgens onderzoek het risico op onderwijsachterstanden voorspellen: het opleidingsniveau van de ouder(s), het land van herkomst van de ouder(s), de verblijfsduur in Nederland en of er sprake is van schuldsanering. In de oude systematiek werd enkel gekeken naar het opleidingsniveau van ouders als indicator. En aangezien het opleidingsniveau in Nederland stijgt, daalde het aantal doelgroepkinderen terwijl de ervaren onderwijsachterstanden en kansenongelijkheid eerder stegen. Uit onderzoek is gebleken dat het bepalen van een risico op onderwijsachterstanden genuanceerder ligt waardoor nu ook andere indicatoren meegenomen worden bij de bepaling van de achterstandsscore per gemeente en school.
Al in de vorige beleidsperiode hebben we in overleg met het consultatiebureau en de VVE-aanbieders een brede doelgroep definitie opgesteld, waarbij naast de hierboven genoemde indicatoren ook andere risicofactoren meegenomen worden.
Ouder heeft geen startkwalificatie. Dat betekent dat de ouder maximaal een mbo-2- diploma heeft. Voor buitenlandse diploma’s wordt gekeken aan welk niveau ze vergelijkbaar zijn.
Het kind groeit op in een taalarme omgeving[1].
Kind scoort negatief op ontwikkelingsgebied taal (van Wiechenonderzoek* item 39 en 40).
Andere kenmerken op grond van waarvan het consultatiebureau mag beslissen om een VVE-verwijzing af te geven:
kinderen met een vluchtelingenachtergrond;
kinderen van (eerste generatie) arbeidsmigranten;
kinderen wiens ouders het kind opvoeden in de moedertaal en waar de omstandigheden waarin hij opgroeit niet optimaal zijn voor een goede ontwikkeling;
kinderen die in armoede opgroeien en/of wiens ouders in ernstige financiële omstandigheden verkeren,
de sociaal- emotionele ontwikkeling van een kind.
Wanneer we dat naar het aanbod in onze gemeente vertalen, is het volgende leidend:
Voor alle peuters van 2 - 4 jaar is er een aanbod van tenminste twee dagdelen van in totaal 8 uur per week, gedurende 40 weken per jaar. Alle peuters (reguliere en VE-geïndiceerde) krijgen hierbij een zelfde kwalitatief aanbod van voorschoolse educatie.
Voor de peuters met een VVE-verwijzing is er een aanvullend aanbod van 8 uur per week (in totaal 16 uur verdeeld over 3 of 4 dagdelen), gedurende 40 weken.
Het aanbod vindt plaats in een (horizontale) groep in de dagopvang of peuteropvang.
De jeugdarts of jeugdverpleegkundige maakt de inschatting of de aanwezigheid van één of meerdere van deze criteria leidt tot een (risico op) achterstand in de spraak-taal, motorische en/of sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit gebeurt mede aan de hand van een verwijsprotocol waarin meer informatie staat, bijvoorbeeld over wanneer er wordt gesproken van een achterstand in de verschillende ontwikkelingsgebieden en welke specifieke omstandigheden in de thuissituatie kunnen leiden tot een indicatie.
Er zijn afspraken gemaakt met het consultatiebureau om de redenen van indicatie te registreren en te monitoren. Jaarlijks wordt in de VVE werkgroep geëvalueerd of we met de huidige doelgroep definitie de juiste kinderen bereiken. Tegelijk wordt gekeken of er met de huidige doelgroep definitie ook binnen de financiële kaders van de gemeente wordt gebleven. Doordat we werken met een brede doelgroep definitie, is de doelgroep absoluut gezien groter dan waar het Rijk de bekostiging op baseert. Tot op heden en naar de toekomst toe levert dat, voor zover nu voorzien kan worden, geen tekort op het budget op.
[1] We spreken van een taalarme omgeving als ouders weinig of helemaal niet de taalontwikkeling van kinderen (kunnen) stimuleren, bijvoorbeeld door laaggeletterdheid of anderstaligheid van de ouders. Ouders lezen aan kinderen niet voor, stimuleren niet allerlei taalspelletjes, lezen geen nieuwsbrieven, mailberichten, rapporten vanuit de peuteropvang of school.
* Het consultatiebureau kijkt op verschillende leeftijden van een kind hoe hij of zij zich ontwikkelt. Hierbij is aandacht voor de motoriek (grof en fijn), aanpassend vermogen aan de omgeving en omstandigheden (adaptatie), taalontwikkeling, sociaal gedrag en de persoonlijkheid van een kind.
Artikel 3.2
Doelgroep definitie VVE
Onderdeel van Beleidsuitvoeringsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Buren