Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.5

Privacy

Onderdeel van Nadere en beleidsregels 2024 Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerwolde

Bij verzamelen en verwerken van persoonsgegevens wordt de Europese privacyverordening Algemene Verordening Gegevensbescherming, kortweg AVG genoemd, in acht genomen. De privacywetgeving heeft betrekking op de hele procedure. Privacy voorschriften zijn verder te vinden in onder meer de Wet algemene bepalingen Burgerservicenummer (Wet BSN), Wet Brp, Wet politiegegevens en in sectorale wetgeving. De decentralisaties maken het mogelijk de dienstverlening in het Sociaal Domein integraal te organiseren met als uitgangspunt ‘1 gezin - 1 plan - 1 regisseur’. Dit heeft tot gevolg dat de gemeente, meer dan voorheen, persoonsgegevens van burgers zal verwerken. Daarnaast zullen ook zorgaanbieders meer informatie over burgers met de gemeente en onder elkaar moeten uitwisselen. Daaronder vallen ook gevoelige documenten zoals medische en strafrechtelijke gegevens. Voor de verwerking van deze gegevens geldt de AVG. In de Jeugdwet en de Wmo staat opgenomen dat de verwerking van persoonsgegevens en wat er mee samenhangt wordt beschouwd als hetgeen hierover is opgenomen in de AVG. Dit betekent dat de AVG ook van toepassing is op de zorgaanbieders. De gemeente Westerwolde verwerkt de persoonsgegevens die noodzakelijk zijn om een product of dienst te kunnen leveren. De gemeente Westerwolde wil een slagvaardige en betrouwbare partner zijn. De AVG, in combinatie met de sectorale regelgeving zijn bepalend voor welke gegevens verwerkt mogen worden. Wettelijke grondslag Gegevens worden slechts verwerkt en vastgelegd als hier een wettelijke grondslag voor aanwezig is conform artikel 6 van de AVG. Artikel 6 AVG De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan: de betrokkene heeft toestemming gegeven voor de verwerking van zijn persoonsgegevens voor een of meer specifieke doeleinden; de verwerking is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is, of om op verzoek van de betrokkene vóór de sluiting van een overeenkomst maatregelen te nemen; de verwerking is noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust; de verwerking is noodzakelijk om de vitale belangen van de betrokkene of van een andere natuurlijke persoon te beschermen; de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen; de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, met name wanneer de betrokkene een kind is. Punt f geldt niet voor de verwerking door overheidsinstanties in het kader van de uitoefening van hun taken. Voor zowel de Wmo, als de Jeugdwet geldt dat persoonsgegevens verwerkt mogen worden voor het uitvoeren van de toegangstaak (tijdens melding en het onderzoek (gesprek) naar de noodzaak van hulp en ondersteuning). Op grond van artikel 6 onderdeel e AVG is dat namelijk noodzakelijk voor de “goede vervulling van een publiekrechtelijke taak” die het college in dit geval op grond van de Wmo en Jeugdwet toebedeeld heeft gekregen. Het gaat dan enkel om de verwerking van persoonsgegevens die van de cliënt of jeugdige/ouders zelf verkregen worden. Voor déze verwerking is dus geen toestemming nodig van de betrokken cliënt of jeugdige/ouders. De privacy bij uitvoering van de Wmo en Jeugdwet is verder zo geregeld dat voor ándere verwerkingen van persoonsgegevens eigenlijk altijd toestemming nodig is van de betrokken cliënt of jeugdige/ouders (artikel 6 lid 1 sub a AVG). Bijvoorbeeld als gegevens over de betrokken persoon nodig zijn van anderen, zoals een arts of een school. In dat geval is toestemming nodig van de betrokken persoon om die gegevens op te vragen of in te zien. Die toestemming kan gegeven worden door het tekenen van een toestemmingsverklaring. Het is alleen zinvol om toestemming te vragen voor die situaties waarin professionals van te voren weten dat zij het antwoord van de betrokkene (zowel positief als negatief) zullen accepteren en respecteren. Zo niet, dan wordt niet om ‘toestemming’ gevraagd. Er moet hierbij rekening worden gehouden met de afhankelijkheidsrelatie die de burger t.o.v. de overheid heeft. Bovendien, als wel om toestemming gevraagd is, maar die niet wordt verleend, vindt verwerking (o.a. opvragen, opslaan, verstrekken) niet plaats. Tenzij er een andere grondslag uit artikel 6 AVG van toepassing is. Deze situatie zal zich bijvoorbeeld voordoen indien jeugdhulp nodig is en van levensbelang is voor de betrokkene (artikel 6 lid 1 sub d AVG). Dit laatste zal niet snel aan de orde zijn. Denk aan zeer uitzonderlijke gevallen van ernstig huiselijk geweld of bemoeizorg waarbij het gaat om leven en dood. In alle situaties van gegevensverwerking geldt het transparantiebeginsel: de burger wordt op de hoogte gesteld van het voornemen om gegevens over hem te delen, met wie en waarom.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel