De hoogte van een subsidie wordt op de volgende manieren berekend:
Onder subsidiabele kosten wordt verstaan de redelijk gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de feitelijke uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.
De hoogte van de subsidie kan nooit hoger zijn dan het exploitatietekort. Het exploitatietekort is het verschil tussen de hogere subsidiabele kosten en de opbrengsten.
Voor de evenementen uit artikel 3 lid 1 sub a tot en met c bedraagt de subsidie een basisbedrag van:
50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 750,- voor kleine evenementen;
25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 2.000,- voor middelgrote evenementen;
25% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 4.000,- voor grote evenementen;
Het bedrag onder 3 wordt verhoogd met een extra subsidie wanneer de activiteiten gericht zijn op ten minste een van de subsidiabele activiteiten uit artikel 3 lid 2 sub a tot en met c met:
35 % van het basisbedrag bij kleine evenementen;
25% van het basisbedrag bij middelgrote evenementen;
25% van het basisbedrag bij grote evenementen;
Voor de evenementen uit artikel 3 lid 3 sub a en b bedraagt de subsidie een bedrag van:
€ 250,- voor Sint-Nicolaascomités;
€ 250,- voor Koningsdagorganisaties.
Voor de evenementen uit artikel 3 lid 4 sub a en b bedraagt de subsidie een bedrag van: € 250,- voor de organisatie van een dodenherdenking gericht op een of meerdere kernen van de gemeente Leudal;
Voor de evenementen uit artikel 3 lid 5 bedraagt de subsidie een bedrag van 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1.000,-.