**1..** Bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening wordt onderscheid gemaakt tussen formele ondersteuning en informele ondersteuning.
**2..** Het persoonsgebonden budget voor personen, als bedoeld in artikel 1, lid g, onder 1, is minimaal 80% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend.
**3..** Het persoonsgebonden budget voor personen, als bedoeld in artikel 1, lid g, onder 2, bedraagt maximaal 80% van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend.
**4..** De hoogte van het pgb voor informele zorg zoals omschreven in artikel 1 onder d van deze verordening wordt berekend op basis van de hoogste periodiek behorende bij de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.
**5..** De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een zaak wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf en het onderhoud daarvan.
**6..** Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid vaststellen op basis van een offerte.
**7..** De hoogte van het persoonsgebonden budget voor wat betreft het vervoer is gebaseerd op de autokosten volgens Nibud waarbij het uitgangspunt geldt dat 2.000 kilometer op jaarbasis binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen worden gereisd.
**8..** Het college kan nadere regels stellen over het persoonsgebonden budget.
Artikel 7
Hoogte pgb Wmo algemeen
Onderdeel van 1e wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning Westerwolde 2024