Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 7a

Zienswijzen

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland

1.. Onverminderd de gelegenheid om een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting, bedoeld in artikel 35 van de wet en met inachtneming van artikel 21, zesde lid van deze regeling, stelt het algemeen bestuur de raden van de gemeenten in de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het nemen van een van de volgende besluiten: de vaststelling van meerjarige financiële en beleidsmatige kaders; de jaarlijkse algemene financiële en beleidsmatige kaders, bedoeld in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen; de vaststelling van een evaluatie bedoeld in artikel 31. 2.. Het algemeen bestuur kan aanvullend op het eerste lid de raden van de gemeenten in de gelegenheid stellen om een zienswijze op een voorgenomen besluit naar voren te brengen. 3.. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbesluit twaalf weken voordat het aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 4.. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij het ontwerpbesluit, zoals dit aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5.. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van het besluit schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het eerste lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel