**1..** De verlaging bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van deze verordening, wordt vastgesteld op:
100% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie;
5% van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie.
**2..** Als een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, PW, niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand.
**3..** Het college kan op basis van dringende individuele omstandigheden besluiten om het percentage, zoals genoemd in het eerste lid, onder a, en het tweede lid van dit artikel te halveren.
**4..** Het college kan bij gedragingen uit de tweede en derde categorie, zoals bedoeld in de artikelen 19 en 20 van deze verordening, in plaats van een verlaging, een waarschuwing opleggen, als het college hiertoe in de individuele omstandigheden aanleiding ziet.
**5..** Een waarschuwing wordt niet afgegeven wanneer sprake is van recidive zoals bedoeld in artikel 14, vijfde lid, onderdeel a, van deze verordening.
**6..** De duur van de verlaging als bedoeld in lid 1 en lid 2 van deze bepaling wordt verdubbeld indien er sprake is van recidive (ofwel herhaling van het gedrag). Indien sprake is van herhaalde recidive (ofwel opnieuw herhaling van het gedrag) wordt de verlaging vastgesteld op drie maanden.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2.1:
Artikel 21:
Hoogte en duur van de verlaging en waarschuwing
Onderdeel van Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2023