Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2:

Artikel 3:11:

Giften

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ, versie 2024

Het ontvangen van een gift valt onder de inlichtingenplicht. In het geval van giften geldt de volgende werkwijze: Giften worden niet tot de middelen gerekend als bedoeld in artikel 31 Participatiewet tot een bedrag van 1 keer de toepasselijke netto bijstandsnorm op maandbasis (exclusief vakantietoeslag) per kalenderjaar. De giften in een kalenderjaar tellen we bij elkaar op. Een gift is in ieder geval verantwoord zolang deze op jaarbasis niet meer is dan 1 keer de toepasselijke netto bijstandsnorm op maandbasis (exclusief vakantietoeslag). Dit betekent niet dat iedere euro die boven dit bedrag uitkomt, automatisch gekort moet worden. Tot 1 keer de toepasselijke netto bijstandsnorm op maandbasis (exclusief vakantietoeslag) wordt vrijgelaten, daarboven vindt een maatwerkbeoordeling plaats of de overschrijding van de gift uit het oogpunt van bijstandsverlening nog verantwoord is, gezien de hoogte en de bestemming van de gift. Giften hoger dan 1 keer de toepasselijke netto bijstandsnorm op maandbasis (exclusief vakantietoeslag) per kalenderjaar met een periodiek karakter worden voor het meerdere in aanmerking genomen als inkomen. Giften hoger dan 1 keer de toepasselijke netto bijstandsnorm op maandbasis (exclusief vakantietoeslag) met een eenmalig karakter worden voor het meerdere in aanmerking genomen als vermogen. Een gift voor een specifiek doel, waarbij aantoonbaar is dat het geld voor dit specifieke doel wordt besteed, wordt in zijn geheel buiten beschouwing gelaten. Als de gift een voorwerp is, wordt de waarde van dit voorwerp door het college, middels een onafhankelijk onderzoek, in geld bepaald.

Rechtspraak bij dit artikel