In deze beleidsregels gelden de volgende begripsomschrijvingen:
Algemeen geaccepteerde arbeid: alle werkzaamheden die algemeen maatschappelijk aanvaard zijn, evenals alle vormen van gesubsidieerde arbeid, met uitzondering van arbeid in het kader van de WSW;
Arbeidsinschakeling: arbeidsinschakeling zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b van de Participatiewet.
Awb: Algemene wet bestuursrecht
Bbz: het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004;
Belanghebbende: persoon die overeenkomstig artikel 10 van de Participatiewet aanspraak kan maken op een voorziening.
Brutering: het verhogen van de vordering met loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente, die de uitkering verstrekt, krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtig is, voor zover deze belasting en premies niet verkenbaar zijn met de door het college af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen;
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen;
Commerciële kamerbewoner: de persoon die een kamer huurt op commerciële basis, en die niet is een bloedverwant in de eerste of tweede graad van de hoofdbewoner en wiens woonsituatie voldoet aan het volgende:
er is sprake van huur op contractbasis; en
er is sprake van een commerciële relatie wat blijkt uit de aanwezigheid van een overeenkomst en betaling van een commerciële (huur)prijs; en
het onder te huren deel van de woning is zelfstandig geschikt voor bewoning; en
de kamerbewoner staat ingeschreven in de basisregistratie van de gemeente op het onderhuuradres.
Commerciële kostganger: een persoon die op commerciële basis inwoont, en die niet is een bloedverwant in de eerste en tweede graad en tevens bij de verhuurder de maaltijden gebruikt. De woonsituatie moet voldoen aan het volgende:
er is sprake van vergoeding op contractbasis; en
er is sprake van een commerciële relatie, wat blijkt uit de aanwezigheid van een overeenkomst en betaling van een commerciële prijs; en
de woning is geschikt voor inwoning en er is toestemming verleend door de eigenaar van het pand; en
de kostganger staat ingeschreven in de basisregistratie van de gemeente op het onderhuuradres.
Commerciële prijs: de huur, exclusief onder andere servicekosten, of vergoeding die hoger is dan de basis huur zoals gebruikt bij de huurtoeslag;
Duurzame uitstroom: uitstroom uit de bijstand naar betaald werk, waaronder begrepen uitzendwerk, voor minimaal 6 maanden.
Gehuwdennorm: de norm zoals bedoeld in artikel 21, onderdeel b, PW;
Gift: Een onverplichte betaling van geld uit vrijgevigheid door een natuurlijke persoon of door een instelling
Hoofdbewoner: een belanghebbende die eigenaar of hoofdhuurder is van woonruimte en die in dezelfde woonruimte hoofdverblijf heeft;
Hoogwaardige handhaving: het stelsel van preventieve en repressieve verlagingen van de uitkering gericht op het voorkomen of ontmoedigen van misbruik of oneigenlijk gebruik van de uitkering;
Inkomen: inkomen zoals bedoeld in artikel 32 en 33 Participatiewet;
IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. Mensen jonger dan 27 jaar tellen niet mee als mensen waarmee kosten gedeeld kunnen worden.
Kwetsbare jongere: persoon jonger dan 27 jaar die:
afkomstig is van het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) of Praktijkonderwijs (PRO); of
niet beschikt over een startkwalificatie (MBO 4, HBO, WO) en/of recente werkervaring; of
bekend is of ondersteund wordt door maatschappelijke organisaties; of
beschikt over een startkwalificatie (MBO 4, HBO, WO) maar bekend is bij VSO/PRO of een studietoeslag ontvangt of ontvangen heeft.
Mantelzorg: langdurige zorg, gedurende 10 uur of meer per week, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.
Niet-uitkeringsgerechtigde: een niet uitkeringsgerechtigd persoon, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, PW;
Onderhoudsplichtige: degene die een financiële bijdrage in de kosten van levensonderhoud aan de bijstandsgerechtigde en/of de ten laste komende kinderen dient te voldoen op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of een rechterlijke uitspraak;
Ondersteuning: ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet.
Participatieladder: een meetinstrument waarmee je meet in hoeverre iemand participeert in de samenleving. De ladder is onderverdeeld in zes treden: geïsoleerd, sociale contacten buitenshuis, deelname georganiseerde activiteiten, onbetaald werk, onbetaald werk met ondersteuning, betaald werk.
Startkwalificatie: een afgeronde HAVO-, VWO-, HBO- of WO-opleiding, dan wel een basisberoepsopleiding MBO-2, dat wil zeggen niveau 2 van de kwalificatiestructuur, zoals vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Uitkering: de door het college verleende bijstand op grond van de PW en Bbz, dan wel de inkomensvoorziening op grond van de IOAW of IOAZ;
Vermogen: vermogen zoals bedoeld in artikel 34 Participatiewet;
Verzamelverordening: de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2023;
Wet: de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gezamenlijk;
Wet educatie: de wet van 9 juli 2014 tot wijziging van onder meer de Wet participatiebudget en de Wet educatie beroepsonderwijs inzake het invoeren van een specifieke uitkering educatie en het vervallen van de verplichte besteding van educatiemiddelen bij regionale opleidingscentra;
Woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, PW;
Woonkosten:
als sprake is van bewoning van een huurwoning: de per maand geldende huurprijs, zoals gebruikt voor de huurtoeslag;
als sprake is van bewoning van een eigen woning: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud.
als sprake is van een all-inclusieve huurprijs die zowel de huur omvat als een bijdrage in de kosten van energie en/of water.
Woonlasten: hetgeen in geld verschuldigd is voor het (mede)gebruik van voorzieningen, aanwezig in de woonruimte, waarin de belanghebbende woont zoals energiekosten enzovoorts, conform constante jurisprudentie op grond van de wet.
Hoofdstuk 1:
Artikel 1:1:
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ, versie 2024