Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Invulling uitbreidingsbehoefte

Onderdeel van Woonwagenbeleid gemeente Leusden 2024

Inventarisatie behoefte aan woonwagenstandplaatsen De gemeente Leusden heeft een behoefte-inventarisatie laten uitvoeren om zicht te krijgen op de behoefte aan standplaatsen in de gemeente. Er zijn op dit moment geen standplaatsen in de gemeente. Uit het behoefte-onderzoek blijkt dat er vraag is naar 8 standplaatsen. Uitgangspunt ten aanzien van nieuw aan te leggen standplaatsen Gezien de huidige schaarste in alle segmenten van de woningmarkt, kiest de gemeente ervoor om prioriteit te geven aan het voorzien in voldoende standplaatsen voor woonwagenbewoners uit de eigen gemeente en woonwagenbewoners die een aantoonbare binding hebben met de gemeente. Van de 8 personen die interesse hebben, voldoen er twee aan deze nadere criteria. Om ook ruimte te kunnen bieden aan een toekomstige vraag (bijvoorbeeld kinderen van betreffende bewoners), is het raadzaam om een standplaatslocatie te ontwikkelen van twee standplaatsen, waarbij het fysiek mogelijk is om het aantal standplaatsen op termijn uit te kunnen breiden. Hierbij is het te verwachten minimum een verdubbeling van het aantal standplaatsen (van 2 naar 4), en het maximum een uitbreiding van 4 standplaatsen (van 2 naar 6) indien op de 2 standplaatsen ieder ook 2 kinderen wonen en zij allen op termijn behoefte krijgen aan een eigen standplaats. Conclusie eerste verkenning mogelijkheden uitbreiding van het aantal standplaatsen Uit de eerste verkenning van de uitbreidingsmogelijkheden kan geconcludeerd worden dat binnen Tabaksteeg-Zuid of in uitbreidingsgebieden in het noordoosten of noordwesten van de gemeente kansen liggen voor het aanleggen van een nieuwe woonwagenlocatie. De gemeente is voornemens om binnen één van deze gebieden invulling te geven aan de aanleg van een woonwagenlocatie. Met Omthuis worden te zijner tijd nadere afgesproken onder welke voorwaarden zij bereid is de rol van eigenaar/ ontwikkelaar/ verhuurder op zich te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel