Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.

Onderzoeken

Onderdeel van Beleid gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang

De toezichthouder van de GGD voert de volgende onderzoeken voor de gemeente Urk uit: Onderzoek voor registratie: naar aanleiding van een ingediende aanvraag tot exploitatie onderzoekt de toezichthouder of de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden volgens de voorschriften van de Wko en onderliggende regelgeving. Onderzoek na registratie: binnen 3 maanden na registratie in het LRK vindt een onderzoek plaats (dit onderzoek vindt niet plaats bij voorzieningen voor gastouderopvang). Jaarlijks onderzoek: alle kindercentra en gastouderbureaus worden jaarlijks onderzocht. Wanneer voor het kindercentrum of gastouderbureau een risicoprofiel is opgesteld, wordt het jaarlijks onderzoek volgens de flexibele inspectieactiviteit ingericht. Onderzoek voorzieningen voor gastouderopvang; jaarlijks op basis van een steekproef. Gemeente Urk laat jaarlijks minimaal 50% van de voorzieningen voor gastouderopvang onderzoeken. Nader onderzoek: naar aanleiding van eerder geconstateerde overtreding(en) kan de toezichthouder onderzoeken of de overtreding hersteld is en hersteld blijft. Wanneer er een handhavingsmaatregel is ingezet, onderzoekt de toezichthouder nadat de hersteltermijn is verstreken of de overtreding is hersteld en de handhavingsmaatregel is opgevolgd. Incidenteel onderzoek: een onderzoek naar aanleiding van onder meer een incident, een signaal, een wijzigingsverzoek ingediend door een houder of bijvoorbeeld een thema-onderzoek passend bij de gemeentelijke speerpunten. De bevindingen tijdens een onderzoek en het oordeel van de toezichthouder worden in een inspectierapport vastgelegd. Deze inspectierapporten geven een beeld van de kwaliteit van de voorziening. De rapporten worden openbaar gemaakt in het LRK, daarnaast geldt voor de voorzieningen van KDV en BSO dat zij verplicht zijn de rapporten te publiceren op hun website.

Rechtspraak bij dit artikel