• - Kabels en leidingen hebben vanaf bovenkant leiding tot bovenkant maaiveld de volgende afstand, bij:
  • - telecommunicatie: 0,60 m;
  • - elektra ls: 0,60 m;
  • - elektra ms: 1,00 m;
  • - water: 1,00 m;
  • - gas: 1,00 m;
  • - warmte: 1,00 m;
  • - riool: 1,20 m of afhankelijk van het verval van de leiding bij vrijvervalleiding.
  • - Als kabels en leidingen elkaar kruisen:
    • - distributiekabels of -leidingen liggen ondieper dan transportleidingen;
    • - vrijvervalleidingen hebben voorrang op drukleidingen;
    • - bij kruisingen van kabels of leidingen bedraagt de onderlinge tussenruimte (verticale afstand) tenminste 0,20 m.
  • - Er moet een strook tussen 0,80 m -mv en 1,00 m -mv vrijgehouden worden in verband met kruisende vrijverval rioolaansluitingen.