Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Draagkrachtperiode

Onderdeel van Verordening meedoenregeling

1.. De draagkrachtperiode is voor bijstandsgerechtigden gelijk aan de periode waarover algemene bijstand wordt ontvangen. 2.. In overige situaties (behoudens lid 3 van dit artikel) wordt de draagkracht in het inkomen vastgesteld over een periode van 12 maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de aanvraag. De draagkracht die is vastgesteld per maand, wordt toegerekend naar een periode van 12 maanden. 3.. Indien de aanvrager(s) (beiden) de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en er geen draagkracht in inkomen en vermogen is vastgesteld, dan geldt dit ontbreken van draagkracht voor een periode van 36 maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de aanvraag. 4.. Indien het inkomen tijdens de draagkrachtperiode daalt tot onder 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, dan wordt de draagkracht in het inkomen opnieuw vastgesteld over een periode van 12 maanden (of 36 maanden conform lid 3), te rekenen vanaf de eerste dag waarop de daling van inkomen ingaat. Een toename van het inkomen tijdens de draagkrachtperiode leidt niet tot herbeoordeling van de draagkracht.

Rechtspraak bij dit artikel