Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 15

Verantwoording en informatieplicht

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Zaffier

Relatie Dagelijks Bestuur – Algemeen Bestuur De leden van het Dagelijks Bestuur zijn tezamen en ieder afzonderlijk aan het Algemeen Bestuur verantwoording schuldig voor het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur. Het Dagelijks Bestuur geeft aan het Algemeen Bestuur alle informatie en inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak, waaronder een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig heeft. Het reglement van orde van het Algemeen Bestuur houdt bepalingen in over de wijze waarop het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden de hier bedoelde inlichtingen verstrekken en verantwoording afleggen. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd indien het openbaar belang zich er tegen verzet. Het Algemeen Bestuur kan besluiten een lid van het Dagelijks Bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. Relatie Algemeen Bestuur – Colleges en Raden Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het college dat hem heeft aangewezen en zijn raad alle inlichtingen die door het college, de raad, of één of meer leden daarvan worden verlangd. Een lid van het Algemeen Bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen en zijn raad verantwoording verschuldigd voor het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. De colleges bezitten de bevoegdheid om het door hen aangewezen lid of plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur ontslag te verlenen indien het college het vertrouwen in dat lid niet meer bezit. De raden en colleges bepalen de wijze waarop het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in het eerste lid en het ter verantwoording roepen als bedoeld in het tweede lid plaatsvindt. Een lid van het Algemeen Bestuur geeft geen inlichtingen en legt geen verantwoording af over zaken waaromtrent krachtens artikel 23 van de wet geheimhouding is opgelegd, behoudens na opheffing van de geheimhouding door het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van de raden worden verlangd. Als onderdeel van de informatieplicht van het Algemeen Bestuur, als bedoeld in het tiende lid, stuurt het bestuur tweemaal per jaar een bestuursrapportage aan de raden van de deelnemende gemeenten. De bestuursrapportage is gebaseerd op de begroting en geeft een toelichting op de voortgang van de realisatie van de doelstellingen en een toelichting op de afwijkingen op de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten. De rapportage gaat in op nieuwe ontwikkelingen, het financieel perspectief, de ontwikkeling van het weerstandsvermogen en de bedrijfsvoering. Relatie Bestuur - Raden Het bestuur van het openbaar lichaam verstrekt de raden van de deelnemers de inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Bij de informatieverstrekking geldt dat: relevante informatie in een zo vroeg mogelijk stadium wordt verschaft; informatie op hoofdlijnen wordt verstrekt, behalve als een detail (politiek) relevant is of als er specifiek om is gevraagd; schriftelijke inlichtingen zendt het bestuur (Dagelijks Bestuur, Algemeen Bestuur en/of voorzitter) rechtstreeks naar en gelijktijdig aan de raden (en staten) en in cc aan de colleges van de deelnemers. Indien de informatie wordt verstrekt door Dagelijks Bestuur of voorzitter dan wordt het Algemeen Bestuur vooraf geïnformeerd.

Rechtspraak bij dit artikel