Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 22

Begroting en jaarrekening

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Zaffier

1.. Het Dagelijks Bestuur zendt uiterlijk 15 april voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient de conceptbegroting met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren voor zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het Dagelijks Bestuur zendt gelijktijdig met de conceptbegroting de conceptjaarrekening van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.. De conceptbegroting en de conceptjaarrekening worden door de zorg van de colleges van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betalen van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de ter inzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. 3.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen uiterlijk 25 juni hun zienswijzen over de conceptbegroting en de concept bestemming van het rekeningresultaat naar voren brengen bij het Dagelijks Bestuur van Zaffier. 4.. Het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling stelt de gemeenteraden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting voor 15 juli schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5.. Het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling stelt de gemeenteraden voorafgaande aan het vaststellen van de jaarrekening schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 6.. Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan de raden en aan Gedeputeerde Staten. 7.. Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, aan de raden en aan Gedeputeerde Staten. 8.. De vaststelling van de jaarrekening strekt het Dagelijks Bestuur en de daartoe aangewezen functionaris tot decharge, behoudens later in rechte gebleken vastheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 9.. Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Rechtspraak bij dit artikel