De voorzitter is voorzitter van zowel het Algemeen Bestuur, als het en wordt door het Algemeen Bestuur uit zijn midden aangewezen voor de duur van hun zittingsperiode. Hij blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien. Uit de overige leden van het Dagelijks Bestuur, zoals bedoeld in artikel 12, eerste lid, wordt een plaatsvervangend voorzitter aangewezen.