Naar hoofdinhoud
1.. Het dagelijks bestuur stelt een ontwerpbegroting op. Het houdt daarbij rekening met de door de deelnemende gemeenten opgestelde begrotingsrichtlijnen. 2.. Acht weken voordat de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, doch uiterlijk 15 april, zendt het dagelijks bestuur deze toe aan de raden. 3.. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving. 4.. De raden beraadslagen over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 5.. De raden geven uiterlijk 25 juni hun zienswijze over de ontwerpbegroting aan het dagelijks bestuur. 6.. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 7.. Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting voor 15 juli schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Rechtspraak bij dit artikel