Naar hoofdinhoud
1.. Een deelnemer kan een besluit tot uittreding nemen voor het eerst in het vijfde kalenderjaar na dat van toetreding en vervolgens elk jaar. 2.. Uittreding kan alleen plaatsvinden op de eerste dag van een nieuw kalenderjaar. Een verzoek hiertoe moet uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het jaar van uittreden bij het algemeen bestuur zijn ingediend. 3.. In bijzondere gevallen kan het algemeen bestuur afwijking van de in het vorige lid gestelde termijn toestaan. 4.. Een uittredende gemeente blijft gedurende vijf jaar na uittreding gehouden een aandeel in de rente- en afschrijvingslasten, verbonden aan de door het lichaam vóór de uittreding gedane investeringen, te betalen. Dit aandeel wordt afgeleid van het deel der rente- en afschrijvingslasten, dat geacht kan worden door de uittredende gemeente in het aan de uittreding voorafgaande jaar overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 te zijn gedragen en bedraagt achtereenvolgens 75%, 60%, 45%, 30% en 15% van dat deel. 5.. De uittredende partij betaalt tevens alle kosten die uittreding met zich meebrengt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel