Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Verantwoording en inlichtingen

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant 2024

1.. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur; 2.. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft; 3.. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft een actieve en passieve informatieplicht. Het algemeen bestuur is verplicht de colleges en/of de raden desgevraagd en in ieder geval binnen zes weken te informeren en inlichtingen te geven over alle zaken over deze regeling. Zij informeert de raad na de vergadering van het algemeen bestuur over de besluiten. De GGD zal hierin de leden van het algemeen bestuur faciliteren; 4.. Het algemeen bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een of meer colleges en/of raden advies te geven of voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodig vindt; 5.. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter zijn verplicht de door een of meer leden van de raad van een gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Zij verstrekken deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat daarom is gevraagd; 6.. Elk lid van het algemeen bestuur is daarnaast verplicht de door een of meer leden van het college of de raad van zijn gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Hij verstrekt deze inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat hem daarom is gevraagd; 7.. Elk lid van het algemeen bestuur is aan het college en de raad van de gemeente waarvan het college hem als lid heeft aangewezen verantwoording schuldig voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Hij legt deze verantwoording zo spoedig mogelijk af nadat het college of de raad hem daarom heeft gevraagd.

Rechtspraak bij dit artikel