Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Het dagelijks bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling GGD West-Brabant 2024

1.. De voorzitter van het dagelijks bestuur is een burgemeester van één van de deelnemende gemeenten. 2.. Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden tenminste drie andere leden van het dagelijks bestuur aan. De voordracht van deze leden gebeurt: voor een lid: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners; voor een lid: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van de gemeenten met 40.000 tot 100.000 inwoners; voor twee leden: door de gezamenlijke leden in het algemeen bestuur van gemeenten met minder dan 40.000 inwoners. 3.. Het dagelijks bestuur bestaat naast de leden genoemd in lid 1 van dit artikel uit twee leden die het algemeen bestuur aanwijst op grond van hun deskundigheid op het terrein van de publieke gezondheidszorg en/of financiën en bedrijfsvoering. Deze twee leden behoeven geen lid te zijn van het algemeen bestuur of het bestuur van een gemeente en kunnen, als het algemeen bestuur daartoe besluit, een vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten ontvangen. 4.. Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen als dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 5.. Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt ook op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 6.. Als tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid. 7.. Onverminderd het bepaalde in lid 3 van dit artikel en van lid 4 van artikel 5 blijft hij die geen lid meer is van het dagelijks bestuur zijn zetel waarnemen totdat zijn opvolger die heeft aanvaard. 8.. Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel