Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

Kaders, begroting, jaarrekening, meerjarenbeleidsplan, wijze van betaling en evaluatie

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling schoolverzuim en VSV regio West-Brabant

1.. Vierjaarlijks, bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode, is het gemeenschappelijk orgaan verplicht om een meerjarenbeleidsplan op te stellen waarin de financiële en inhoudelijke vooruitzichten worden uiteengezet. De jaarlijkse begroting dient te passen binnen deze kaders. 2.. De elementen die in het meerjarenbeleidsplan naar voren dienen te komen zijn: de doelen die de gemeenschappelijke regeling zal nastreven en/of prestaties die de gemeenschappelijke regeling de deelnemende gemeenten zal leveren; de kosten die daaraan voor de gemeenten gezamenlijk en voor elke gemeente afzonderlijk verbonden zullen zijn; een overzicht van de te verwachten risico’s van de gemeenschappelijke regeling en een uiteenzetting over de wijze waarop deze risico’s worden beheerst. 3.. Jaarlijks zendt de uitvoerende gemeente aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt. Daarnaast bevat de kaderbrief kort de belangrijkste opgaven voor het komende jaar. Voorstellen voor nieuw beleid, die niet door de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in de richtlijnen, worden in deze kaderbrief gedaan en expliciet vermeld als nieuw beleid. 4.. Jaarlijks zendt het gemeenschappelijk orgaan de ontwerpbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. 5.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het gemeenschappelijk orgaan hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan stelt de betreffende raden schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen. 6.. Jaarlijks zendt het gemeenschappelijk orgaan de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 7.. Het positieve resultaat van de jaarrekening vloeit terug naar de deelnemende gemeenten. Het gemeenschappelijk orgaan kan van dit standpunt afwijken. Dit dient dan expliciet via een voorstel tot resultaatsbestemming aan de deelnemende gemeenten te worden voorgelegd. 8.. Betaling van de gemeentelijke bijdrage aan de uitvoerende gemeente geschiedt bij wijze van voorschot per kalenderkwartaal op basis van de begrote bijdragen zoals in de goedgekeurde begroting door de deelnemende gemeente schriftelijk aan de uitvoerende gemeente is medegedeeld. 9.. Voor wijzigingen van de begroting die facilitair van aard zijn en die niet leiden tot een verhoging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten, is het bepaalde in dit artikel niet van toepassing. 10.. Iedere vier jaar rondom de reguliere gemeenteraadsverkiezingen vindt er door de deelnemende gemeenten een evaluatie van deze gemeenschappelijke regeling plaats met als doel om de oude gemeenteraad advies te laten meegeven aan de nieuwe gemeenteraad.

Rechtspraak bij dit artikel