Naar hoofdinhoud
1.. Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeester en wethouders van die gemeente. Er geldt een opzegtermijn van een kalenderjaar. 2.. De uittreding treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking in het gemeenteblad van de gemeente Breda, tenzij het besluit een latere datum aangeeft. 3.. Na uittreding is de uittredende gemeente verplicht tot de volgende betalingen: een eenmalige afkoopsom, te storten in het Provinciaal Nazorgfonds. Op verzoek van het openbaar lichaam wordt door de provincie Noord-Brabant bepaald hoeveel er in totaal door de gemeenschappelijke regeling in het Provinciaal Nazorgfonds zou moeten worden gestort. Het algemeen bestuur maakt vervolgens een verdeling op basis van het inwoneraantal en stelt het door de uittredende gemeente te storten bedrag vast. De situatie voor de overige deelnemende gemeenten blijft ongewijzigd; een door het algemeen bestuur te bepalen eenmalige afkoopsom voor de nazorg van de Afvalstoffenberging Bavel-Dorst. Op verzoek van het openbaar lichaam wordt door de beheerder het doelvermogen bepaald. Het algemeen bestuur maakt vervolgens een verdeling op basis van het inwoneraantal en stelt het door de uittredende gemeente te betalen bedrag vast; een jaarlijks aan het openbaar lichaam te betalen factuur voor de beheerkosten van de Regionale Stortplaats Zevenbergen en de Afvalstoffenberging Bavel-Dorst. De hoogte hiervan wordt bepaald door het algemeen bestuur waarbij op de totale beheerkosten een verdeling op basis van het inwoneraantal wordt toegepast. 4.. Eventuele overschotten van de benodigde doelvermogens op het moment van uittreding worden niet verrekend met de uittredende gemeente. In dat geval wordt geen afkoopsom in rekening gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel