**1..** De volgende bedrijfsmatige kosten komen, voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, voor subsidie in aanmerking:
kosten voor voorbereiding waaronder in ieder geval notaris-, kadastrale, makelaars- en advieskosten voor het opstellen van het financieel plan met een begroting inclusief accountantsverklaringen;
kosten van het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande installaties en faciliteiten;
kosten voor investeringen. Kosten voor investeringen worden berekend als: het verschil tussen de kosten van de koopsom en eventueel (aanvullende) investeringskosten van bedrijfsgebouwen en installaties op de hervestigingslocatie minus de getaxeerde waarde van gebouwen en installaties op de te verlaten locatie. Uitgangspunt hierbij is een gelijke bedrijfsomvang, uitgedrukt in aantal stuks productief vee of bij akkerbouwbedrijven; in inhoud opstallen exclusief bedrijfswoning. Wanneer er sprake is van bedrijfsuitbreiding, worden de kosten verbonden aan de uitbreiding buiten de subsidie gehouden. Investeringskosten dienen te worden onderbouwd met offertes;
**2..** In het geval de te verlaten bedrijfskavel in (erf)pacht is, wordt, in afwijking van het gestelde onder c, voor het berekenen van de kosten voor investeringen niet de koopsom gehanteerd, maar de door een beëdigd taxateur bepaalde agrarische gebruikswaarde in het economisch verkeer.
**3..** Het subsidiepercentage bedraagt:
maximaal 100% van de subsidiabele kosten, genoemd in het eerste lid, onder a;
maximaal 100% van de subsidiabele kosten, genoemd in het eerste lid, onder b;
maximaal 65% van de subsidiabele kosten, genoemd in het eerste lid, onder c;
voor jonge landbouwers een subsidiepercentage van maximaal 80% van de subsidiabele kosten, genoemd in het eerste lid, onder c.