**1..** In aanvulling op de artikelen 6.1 tot en met 6.4 van de Asv kunnen aan de subsidieontvanger één van de volgende verplichtingen worden opgelegd:
de gronden waarop het te verplaatsen landbouwbedrijf wordt uitgeoefend worden verkocht en in eigendom overgedragen aan de provincie Utrecht; of
ten laste van de gronden van het te verplaatsen landbouwbedrijf wordt ten gunste van de provincie Utrecht een kwalitatieve verplichting als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek gevestigd in overeenstemming met een of meer doelen in artikel 1.2, derde lid; of
de gronden worden toegedeeld in een inrichtingsbesluit als bedoeld in artikel 12.7 van de Omgevingswet.
**2..** In aanvulling op het eerste lid worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
de toestemming voor de landbouwactiviteit van het te verplaatsen landbouwbedrijf wordt op verzoek van de vergunninghouder ingetrokken door het daartoe bevoegde gezag waarbij Gedeputeerde Staten vrij zijn te beschikken over de vrijgekomen stikstofdepositieruimte;
de subsidieontvanger realiseert de hervestiging van een volwaardig landbouwbedrijf op de hervestigingslocatie binnen 24 maanden na de datum van het besluit tot subsidieverlening.
**3..** De kwalitatieve verplichting, bedoeld in het eerste lid, onder b wordt bij notariële akte opgemaakt en ingeschreven in de openbare registers.
Artikel 2.7