Deze regeling is van toepassing op het verlenen van subsidie voor het jaar 2025 aan een organisatie voor het, ten behoeve van jeugdigen en volwassenen, als hoofdaannemer uitvoeren of laten uitvoeren van de taken op het gebied van Veilig Thuis en, ten behoeve van jeugdigen, uitvoeren of laten uitvoeren van taken op het gebied van (preventieve) Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Dit betreft de (wettelijke) taken ten aanzien van Veilig Thuis, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a en b van de nadere regel subsidie.
Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van (preventieve) Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Volgens de Jeugdwet mogen deze taken alleen worden uitgevoerd door daartoe Gecertificeerde Instellingen. Gemeenten zijn daarnaast ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van Veilig Thuis: het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit is vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Een goede aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling heeft als doel het structureel borgen van veiligheid. Dit vraagt om het organiseren van een doorlopende lijn van preventie en vroeg-signalering, melden, interventie, herstel, tot en met nazorg en participatie. Naast het doorlopen van het proces verwachten we ook actief deelnemen (in structuur en samenwerking) aan de beweging die per regio in het kader van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming wordt gemaakt.
Artikel 2
Doel
Onderdeel van Nadere regel subsidie Veilig Thuis-Jeugdbescherming-Jeugdreclassering gemeente Utrecht 2025