De beoordelingsprocedure verloopt in de volgende stappen:
Vaststellen volledigheid aanvragen, sorteren, kopiëren en verdelen van stukken door beoordelingsteams;
Toets op uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en overige vereisten.
De taken waarop deze subsidie betrekking heeft, zijn ingedeeld in twee percelen. In Tabel 4 staat weergegeven: de perceelindeling, regio’s waarop de percelen betrekking hebben en het type beschikking. Beide percelen worden aan één Gecertificeerde Instelling en Veilig Thuis organisatie als hoofdaannemer verleend. Deze hoofdaannemer dient voor wat betreft perceel 1 95% van de dienstverlening zelf, met eigen medewerkers in dienst dan wel inhuur natuurlijke personen, uit te voeren. Voor perceel 2 geldt dat 55% van de dienstverlening zelf, met eigen medewerkers in dienst dan wel inhuur natuurlijke personen, wordt uitgevoerd. Voor het overige gedeelte van de dienstverlening (respectievelijk 5% en 45%) kunnen onderaannemers worden ingezet.
Tabel 4: Overzicht taken
PERCEEL
TAKEN
REGIO’S
BESCHIKKING
1
Wettelijke en niet-wettelijke taken Veilig Thuis.
Utrecht Stad
Eemland
Utrecht West
Zuid Oost Utrecht
Lekstroom
FoodValley
Totaal 26 gemeenten
Eén beschikking met zes handtekeningen (t.b.v. 26 gemeenten).
2
Preventieve Jeugdbescherming
Jeugdbescherming
Jeugdreclassering
Utrecht Stad
Eemland
Utrecht West
Zuid Oost Utrecht
Lekstroom
Totaal 23 gemeenten
Vijf beschikkingen
(T.b.v. 23 gemeenten).
In deze procedure is nadrukkelijk gekozen voor kwaliteit. Ook komen slechts die subsidieaanvragers voor de subsidieverlening in aanmerking, die ten minste een 6 scoren op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria.
De subsidieaanvrager wordt beoordeeld op onderstaande beoordelingscriteria. In de aanvraag dient de subsidieaanvrager te beargumenteren in hoeverre wordt voldaan aan de beoordelingscriteria. De aanvraag wordt beoordeeld door een beoordelingscommissie vanuit de subsidieverlener. De beoordelingscriteria zijn:
**1..** Strategisch Personeelsmanagement
Beschrijf hoe subsidieaanvrager de kwaliteit en de capaciteit van het personeel dat bij de dienstverlening betrokken is, waarborgt. Betrek in uw antwoord ten minste de volgende aspecten:
De concrete maatregelen om - in omvang- voldoende, gekwalificeerd personeel te hebben, te werven, te binden en te behouden in een krappe arbeidsmarkt;
Omgang met fluctuaties in de omvang van taken en personeel;
De expertise die subsidieaanvrager als organisatie zelf in huis organiseert. Dit mede gelet op de diversiteit van cliënten en ketenpartners;
Omgang met kwetsbare posities (zoals vertrouwensarts).
**2..** Externe deskundigheidsbevordering
Beschrijf de vier belangrijkste instrumenten voor externe deskundigheidsbevordering in de keten. Betrek in uw antwoord ten minste de volgende aspecten:
Op welke wijze wordt de deskundigheid overgedragen? Een toelichting op het instrument, waaronder op de praktische organisatie;
Aan welke professionals in de keten wordt de deskundigheid overgebracht?
Welke deskundigheid wordt overgebracht met het betreffende instrument?
Op welke wijze de belangrijkste instrumenten de diversiteit aan deskundigheden en doelgroepen beslaat;
Op welke wijze wordt de duurzame overdracht aan professionals geborgd?
**3..** Bereikbaarheid, toegankelijkheid en vertrouwen
Beschrijf hoe subsidieaanvrager borgt dat subsidieaanvrager een laagdrempelige organisatie is voor inwoners en signaleerders (professionals). Communicatie richting uw omgeving, maar ook richting media speelt hierbij een belangrijke rol. Denk aan het gebruik van een website, telefoonnummer, etc.
Vertrouwen: hoe overtuigt subsidieaanvrager de doelgroep dat u als subsidieaanvrager de juiste partij bent voor hun zorgen?
Bereikbaarheid: welke middelen zet de organisatie in om goed bereikbaar te zijn?
Vindbaarheid: de middelen en methoden die de organisatie inzet opdat inwoners en signaleerders de organisatie (eenvoudig) weten te vinden;
De wijze waarop de organisatie omgaat met de diversiteit tussen inwoners en signaleerders bij bereikbaarheid, toegankelijkheid en vertrouwen;
De wijze waarop uw organisatie omgaat met de media.
**4..** Transitie & Transformatie Jeugdhulp
Het doel van het nieuwe stelsel is om het jeugdbeleid en de voorzieningen efficiënter en effectiever (waaronder zo vroeg mogelijk, zo licht mogelijk) te maken. Het uiteindelijke doel is het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van zijn gezin en sociale omgeving. Beschrijf welke rol subsidieaanvrager voor zichzelf ziet om bij te dragen aan de kernelementen van de transformatie van Jeugdhulp.
Het samenwerken met lokale partners en gezin;
Meewerken aan implementatie Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming
De mogelijkheden van het gezin zelf;
De overgang leeftijd 18- en 18+;
Verminderen van preventieve inzet en van inzet van Jeugdbescherming en Jeugdreclassering;
Het bepalen van jeugdhulp.
**5..** Risicomatrix
De top 3 risico’s die de subsidieverstrekker ziet gedurende de uitvoeringsperiode zijn:
De samenwerking tussen hoofdaannemer-onderaannemer, waaronder de sturing van hoofdaannemer op onderaannemer(s);
De toename van beroep op Veilig Thuis;
Verschil in kwaliteit van de lokale teams en het lokale zorgaanbod binnen de regio en daarmee de afhankelijkheid van partners bij de uitvoering van de taken;
Maak een risicomatrix voor de top 3 risico’s die de subsidieverstrekker ziet. Vul dit aan met de top 2 risico’s die subsidieaanvrager (daarnaast) als aanvrager ziet, en:
In welke mate het risico zich afgelopen jaar heeft voorgedaan binnen uw organisatie;
Welke beheersmaatregel(en) subsidieaanvrager heeft getroffen;
Hoe groot subsidieaanvrager de kans acht dat dit risico zich voor doet gedurende de uitvoeringsperiode;
Welke beheersmaatregel(en) subsidieaanvrager zou treffen om dat risico te minimaliseren, ook indien subsidieaanvrager inschat dat dit risico zich niet zal voor doen;
Voor wat betreft de risico’s die betrekking hebben op onderaannemerschap, is het de aanvrager toegestaan om aan te geven welke actie van de subsidieverlener gewenst is.
Iedere beoordelaar geeft één waardering per criterium: 0 - 2 – 4 - 6 – 8 - 10 met een onderbouwing/motivering per criterium. Op alle criteria moet de inschrijver een 6 of hoger scoren.
Per criterium kunnen de volgende scores worden behaald.
Cijfer
Oordeel
Omschrijving
10
Uitmuntend
De wijze van invulling is uitmuntend, zeer degelijk, inhoudelijk zeer relevant en biedt maximale meerwaarde. De invulling overtreft de verwachtingen.
8
Goed
De wijze van invulling is goed, degelijk, inhoudelijk behoorlijk relevant en biedt meerwaarde.
6
Voldoende
De wijze van invulling is voldoende degelijk en inhoudelijk (enigszins) relevant, maar biedt geen of weinig meerwaarde.
4
Onvoldoende
De wijze van invulling is onvoldoende: één of enkele significante onderdelen ontbreken. De invulling voldoet onvoldoende aan het in de andere regel gestelde met betrekking tot dit onderdeel.
2
Zeer slecht
De wijze van invulling is (zeer) slecht: meerdere significante onderdelen ontbreken. De invulling voldoet niet of nauwelijks aan het in de andere regel gestelde met betrekking tot dit onderdeel.
0
Geen antwoord
De subsidieaanvrager heeft de vraag niet (inhoudelijk) beantwoord of de beantwoording van de subsidieaanvrager gaat op geen enkele wijze in op de vraag.
De beoordelingscommissie beoordeelt de aangeleverde informatie op de gezamenlijke beoordelingscriteria tevens op de volgende aspecten:
**•.** Volledig: wordt invulling gegeven aan alle vragen en aspecten zoals aangegeven bij de criteria?
**•.** Adequaat: wordt op een juiste manier invulling gegeven aan de betreffende vragen en aspecten?
**•.** Innovatief: in hoeverre is de beantwoording van de vragen en aspecten vernieuwend?
**•.** Bijdrage aan beleidsdoelstelling: in hoeverre draagt de beantwoording van de vragen en aspecten bij aan het behalen van de beleidsdoelstellingen, zoals verwoord in officiële beleidsdocumenten van de samenwerkende gemeenten?
De leden van de beoordelingscommissie beoordelen de criteria eerst individueel. Daarna bespreken zij de individuele uitkomsten met elkaar en stellen zij gezamenlijk in consensus een definitief oordeel en score vast (de consensus score).
De consensus score per criterium wordt vermenigvuldigd met de factor die aan dat criterium is toegekend. De op die wijze verkregen scores per criterium worden vervolgens bij elkaar opgeteld om tot een eindcijfer te komen.
De weging ziet er als volgt uit:
#
WENS
WEGING
1.
Strategisch Personeelsmanagement
30 %
2.
Externe deskundigheidsbevordering
20 %
3.
Bereikbaarheid, toegankelijkheid en vertrouwen (perceel 1)
10 %
4.
Transitie & Transformatie Jeugdhulp (perceel 2)
25 %
5.
Risicomatrix
15 %
De minimale consensus score per criterium dient een 6 te zijn.
Indien meerdere subsidieaanvragers een gelijke score hebben dan is de hoogste consensusscore bij beantwoording van vraag 1, en vervolgens (als daaruit geen onderscheid volgt) 5, 2, 4, en 3 doorslaggevend. Tussen hierna alsnog gelijk scorende aanvragers zal een loting zal plaatsvinden.
Artikel 9
Beoordelingsprocedure
Onderdeel van Nadere regel subsidie Veilig Thuis-Jeugdbescherming-Jeugdreclassering gemeente Utrecht 2025