Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8

Artikel 27

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling GGD Hollands Noorden

1.. Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de raden een ontwerpbegroting met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen uiterlijk 25 juni bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Bij het voorstel van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur voegt het dagelijks bestuur een reactienota, waarin gemotiveerd wordt aangegeven op welke wijze de zienswijze wel of niet is verwerkt in dit voorstel. 3.. Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling stelt de gemeenteraden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting voor 15 juli schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 4.. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. Het algemeen bestuur geeft in het besluit aan wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de zienswijzen. 5.. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval voor 15 september, aan gedeputeerde staten en de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6.. De bepalingen met betrekking tot de ontwerpbegroting in de leden 4 en 5 van dit artikel zijn mede van toepassing op wijziging van de begroting met uitzondering van wijzigingen van de begroting die voor de deelnemers administratief budgettair neutraal zijn.

Rechtspraak bij dit artikel