Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.2

Aanvullende maatwerkmodules

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoeksche Waard 2024

Wanneer cliënten als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basisvoorziening schoon huis, kunnen de volgende aanvullende maatwerkmodules ingezet worden: Wasverzorging De cliënt en zijn huisgenoten moeten kunnen beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding, evenals schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed). Van de cliënt mag in dit kader worden verwacht dat er voldoende beddengoed, handdoeken, ander linnengoed en/of kleding aanwezig is. Op deze manier kan de inzet van ondersteuning zo efficiënt mogelijk worden gerealiseerd. Het strijken van onderkleding of beddengoed valt niet onder wasverzorging, omdat dit niet gebeurt in een standaard huishouden. Strijkvrije kleding is een voorliggende oplossing en de activiteit ‘strijken’ wordt daarom in principe niet geïndiceerd. Boodschappen Hierbij kan het gaan om het opstellen van een boodschappenlijst, het doen van de boodschappen en/of het opruimen van de boodschappen. Een (online) boodschappendienst is tegenwoordig algemeen gebruikelijk, en dus voorliggend op de activiteit ‘boodschappen halen’. Supermarkten hebben vaak een bezorgservice. De cliënt kan zijn boodschappen dan telefonisch of via internet bestellen. Het feit dat de cliënt in dat geval afhankelijk is van bezorgtijden, is geen reden om de boodschappendienst niet als passende oplossing aan te merken. De omstandigheid dat de supermarkt, waar de cliënt normaal gesproken zijn boodschappen doet of zou willen doen, geen boodschappendienst heeft, maakt niet dat een boodschappendienst van een andere supermarkt niet als passende oplossing kan gelden. Maaltijden Hierbij kan het gaan om het klaarzetten van de maaltijd, afruimen, afwassen of vaatwasser in- of uitruimen. Een broodmaaltijd kan één keer per dag worden bereid, waarbij een tweede broodmaaltijd kan worden klaargezet. Het opwarmen van een maaltijd kan één keer per dag worden geboden. Dit geldt vanzelfsprekend alleen als er geen andere (voorliggende) oplossingen zijn zoals bijvoorbeeld een maaltijdservice, mee kunnen eten bij een buurt- of verzorgingshuis of de kant-en-klaar maaltijden van de supermarkt. Kindzorg Het gaat hier om de activiteiten die betrekking hebben op de verzorging van kinderen waarbij de ouder(tijdelijk) niet in staat is om de ouderrol op zich te nemen én het om eenvoudige activiteiten gaat van huishoudelijke aard. Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Bij uitval van een van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg (hulp) voor de kinderen over (zie hoofdstuk 4 van deze beleidsregels). Structurele opvang valt in principe niet onder Huishoudelijke Ondersteuning. Het is in het algemeen een eigen verantwoordelijkheid van de ouder(s) om daarvoor te zorgen. Gebruikmaking van kinderopvang gaat dan ook in principe voor op het verlenen van een indicatie. Denk bijvoorbeeld aan gebruikmaking van kinderopvang en/of crèche wat in principe gangbaar is tot en met 5 dagen per week. Er is slechts voor maximaal 3 maanden inzet van hulp op grond van de Wmo 2015 voor opvang van kinderen mogelijk. Dit om de ouder(s) in de gelegenheid te stellen een eigen oplossing te vinden. Het kan in voorkomende gevallen ook gaan om het bieden van ondersteuning bij de opvoeding van kinderen. Vallen de geïndiceerde activiteiten onder het begrip jeugdhulp, dan kan er in principe geen sprake zijn van Huishoudelijke Ondersteuning. Regie en Advies/Instructie/Voorlichting (AIV) Het kan zijn dat een cliënt niet meer zelf (volledig) de regie kan voeren over het huishouden, bijvoorbeeld door een psychische aandoening of dementie. Als het zo is dat een hulp daardoor aantoonbaar extra werkzaamheden moet doen of bijvoorbeeld door het gedrag van de cliënt extra tijd nodig heeft, dan kan hiervoor structureel extra tijd geïndiceerd worden. Advies/instructie/voorlichting heeft betrekking op het, op tijdelijke basis, aanleren van praktisch vaardigheden in het huishouden aan een cliënt. Bijvoorbeeld als een partner net is weggevallen en een cliënt zelf wil kunnen bijdragen aan het huishouden, het schoonmaken, het leren koken van enkele basis-maaltijden, et cetera. Soms is het dan praktisch hiervoor aan de, in het algemeen al langere tijd vertrouwde, huishoudelijke hulp voor een aantal weken extra tijd toe te kennen. Dit is dus altijd tijdelijk en is te onderscheiden van de inzet van Wmo-begeleiding.

Rechtspraak bij dit artikel