Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 14

Artikel 48

Artikel 48

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING METROPOOLREGIO EINDHOVEN 2024

1.. De raad of het college van een gemeente kan uittreden uit de regeling door toezending aan het algemeen bestuur van daartoe strekkende besluiten. 2.. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar na het jaar van opzegging. Voor de toepassing van het vierde lid, vangt op die datum het eerste jaar van uittreding aan.. 3.. Bij aanvang van de uittreding geldt het volgende voor het Stimuleringsfonds: de bijdrage voor het Stimuleringsfonds als bedoeld in artikel 7, eerste lid, sub d, vervalt; er worden geen middelen meer toegekend aan partijen gevestigd in de gemeente van de uitgetreden deelnemer; middelen welke voor de ingang van de uittreding, als bedoeld in het tweede lid, zijn toegekend aan partijen gevestigd in de gemeente van de uitgetreden deelnemer worden conform het subsidiebesluit afgehandeld. 4.. Bij aanvang van de uittreding geldt de volgende afbouwregeling voor de bijdrage als bedoeld in artikel 38, tweede lid, met uitzondering van de bijdrage als bedoeld in artikel 7, eerste lid, sub d: a.. in het eerste jaar van uittreding is een volledige inwonerbijdrage verschuldigd; b.. in het tweede jaar van uittreding is 75% van de volledige inwonerbijdrage verschuldigd; c.. in het derde jaar van uittreding is 50% van de volledige inwonerbijdrage verschuldigd; d.. in het vierde jaar van uittreding is 25% van de volledige inwonerbijdrage verschuldigd; e.. vanaf het vijfde jaar van uittreding is geen bijdrage verschuldigd; f.. de inwonerbijdragen als bedoeld in sub a tot en met sub e zijn gebaseerd op de laatste begroting, die door het algemeen bestuur is vastgesteld waar de uitgetreden deelnemer nog onderdeel van uitmaakte. 5.. Bij en na uittreding geldt het volgende over diensten, die door de Metropoolregio worden verricht voor en eventueel namens de uitgetreden gemeente a.. voor afgenomen diensten wordt een integrale kostprijs in rekening gebracht, op basis van een overeenkomst; b.. het totaal van de afbouwregeling en de kosten voor dienstverlening is nooit hoger dan de bijdrage, die verschuldigd zou zijn wanneer de deelnemer niet wat uitgetreden. c.. in de afbouwregeling worden geen kosten opgenomen voor diensten die na uittreding worden afgenomen op basis van een overeenkomst. 6.. De uitgetreden deelnemer blijft mede verantwoordelijk voor de verplichtingen, die voortvloeien uit de taak als bedoeld in artikel 4, tweede lid, sub a. 7.. De uittredende deelnemer heeft bij en na uittreding geen recht op afkoop, uitbetaling of uitkoop van enige activa, eigen vermogen en stille reserves. 8.. Wanneer feiten en omstandigheden het vereisen, kan het algemeen bestuur afwijken van de bepalingen in dit artikel. Evaluatie

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel