Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › HOOFDSTUK 12

Artikel 36

Artikel 36

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant-Zuidoost

1.. Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting op van het openbaar lichaam overeenkomstig het bepaalde in artikel 186 tot en met 213 Gemeentewet, alsmede het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 2.. De ontwerpbegroting gaat vergezeld van een meerjarenraming en geeft inzicht in de kosten per pijler. 3.. De ontwerpbegroting wordt, minimaal 12 weken voordat deze wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur, aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. 4.. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 5.. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede de conclusies die het daaraan verbindt. 6.. De inlichtingen zoals bedoeld in lid 5 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via de griffies. 7.. Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting dient op aan het college van gedeputeerde staten. 8.. Op begrotingswijzigingen, die: a.. leiden tot aanpassingen in de inwonerbijdrage van gemeenten; b.. het Algemeen Bestuur om andere redenen aan de gemeenten wil voorleggen, is het bepaalde in het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing. Jaarrekening

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel