**1..** Binnen het kabel- en leidingentracé worden de kabels en/of leidingen ten opzichte van het maaiveld qua verticale maatvoering volgens een vaste volgorde ingedeeld. De verticale indeling is weergegeven in het standaarddwarsprofiel, zie Hoofdstuk 10, bijlage 10.1.
**2..** Uitgangspunten bij verticale ligging:
Distributiekabels en/of -leidingen liggen ondieper dan transportleidingen;
Vrij-verval leidingen hebben voorrang boven drukleidingen;
Kabels en/of leidingen mogen niet binnen het ontgravingsprofiel van de riolering aangelegd worden. Het ontgravingsprofiel is bekend bij de rioolbeheerder van Stadswerk072;
Bij kruisingen van kabels en/of leidingen bedraagt de onderlinge tussenruimte (verticale afstand) tenminste 0,30 m;
Er moet een strook tussen 0,70 m -mv en 1,00 m -mv vrijgehouden worden in verband met kruisende vrijverval rioolaansluitingen.
**3..** Het bovengenoemde basisprincipe moet zoveel mogelijk worden nagestreefd, mede in verband met kruisende rioolaansluitingen. In bijzondere gevallen kan Stadswerk072 een andere verticale ligging toestaan c.q. voorschrijven.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.3
Verticale ligging
Onderdeel van Handboek kabels & leidingen 2024