Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de Gemeenten.
De raden van de Gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
De begroting wordt vastgesteld en binnen veertien dagen na de vaststelling door het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten gezonden.
Na vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de Gemeenten die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
Het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.
Het dagelijks bestuur is bevoegd tot afwijking van de begroting voor zover het af- en overschrijvingen betreft. Het maximum bedrag hiervoor wordt door het algemeen bestuur bij afzonderlijke verordening vastgesteld. Het dagelijks bestuur zendt deze besluiten ter kennisneming aan het algemeen bestuur en de raden van de Gemeenten. Het bepaalde in lid 5 is op deze besluiten niet van toepassing.
Indien Gemeenten ook andere taken dan de Wsw-taak aan WAVA opdragen, kan het algemeen bestuur besluiten om het financiële resultaat van die taken apart weer te geven in de begroting.
HOOFDSTUK 9
Artikel 28
De begroting
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WERKBEDRIJF ARBEID VOOR ALLEN (WAVA) juli 2024