Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 2

Artikel 11.

Handhaving van de orde

Onderdeel van Reglement van orde voor de raad van Almere 2024

1.. Een ieder neemt tijdens de vergadering de voor hem of haar bestemde plaats in. 2.. Aanwijzingen die door de voorzitter worden gegeven, dienen te worden opgevolgd. 3.. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring door toehoorders of pers of het op een andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 4.. De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, hen uit de vergadering te laten vertrekken. 5.. De voorzitter bepaalt of het tijdens de vergadering is toegestaan dat raadsleden en fractieassistenten bepaalde uitingsvormen kunnen doen. 6.. De voorzitter roept sprekers tot de orde als zij zich, naar het oordeel van de voorzitter, in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven, kunnen door hem het woord ontnomen worden over het onderwerp van bespreking. 7.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

Rechtspraak bij dit artikel