Naar hoofdinhoud
Het subsidieplafond voor het subsidiëren van activiteiten zoals bedoeld in deze subsidieregeling, wordt jaarlijks vastgesteld met dien verstande dat voor ieder thema genoemd in artikel 4 deelplafonds worden vastgesteld. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, vindt verstrekking van subsidie voor activiteiten op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel a tot en met e, onderdeel f deelthema 2: ‘Preventie van financiële problemen’ en onderdeel g tot en met k, plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van bijlage 1. Indien het subsidieplafond voor het in artikel 3, eerste lid, onderdeel f benoemde deelthema 1: ‘Vangnet en materiele ondersteuning’, wordt bereikt verdeelt het college het subsidieplafond evenredig over de ingediende aanvragen. Voor activiteiten op grond van artikel 3, tweede lid en lid 2a, vindt verstrekking van subsidie plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Als de aanvrager voor activiteiten zoals benoemd in het vijfde lid krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag door het college is ontvangen. Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen voor activiteiten, zoals benoemd in het vijfde lid, dat op dezelfde dag door het college wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel