Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning voor woningsplitsing verlenen als wordt voorzien in een goede ruimtelijke ordening, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van de volgende voorwaarden: 1. het te splitsen gebouw een bestaande, geheel vrijstaande woning is, niet zijnde een bedrijfswoning of recreatiewoning; 2. de woning als bedoeld in het eerste lid dient het hoofdgebouw, dan wel het hoofdgebouw dat op grond van de regels nog kan worden uitgebreid te zijn; 3. na splitsing iedere woning bestaat uit een zelfstandige woonruimte; 4. na splitsing iedere woning afzonderlijk een gebruiksoppervlakte van ten minste 60m2 heeft; 5. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, waarbij de parkeernormen uit het GVVP van toepassing zijn; 6. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit, de stedenbouwkundige kwaliteit en de cultuurhistorische waarden; 7. met een erfinrichtingsplan wordt aangetoond dat het plan past binnen een goede ruimtelijke ordening, waarbij de inrit, bijgebouwen en parkeerplaatsen duidelijk zijn aangegeven en deze nieuwe erfinrichting na aanleg blijvend in stand wordt gehouden; 8. voor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken wordt getoetst aan de regels uit het geldende omgevingsplan; 9. er geen milieubelemmeringen van omliggende gronden zijn; 10. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 11. de toevoeging van extra woningen past binnen de gemeentelijke Woonvisie.

Rechtspraak bij dit artikel