Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.2

Betreft: handelen van een collega-raadslid

Onderdeel van Protocol ‘Hoe te handelen bij een vermoeden van een integriteitsschending van het gemeentebestuur Olst-Wijhe’

Een raadslid twijfelt over een voorgenomen handeling van een ander raadslid. Het raadslid bespreekt dit met de ander en verwoordt zijn/haar twijfels. Als het gesprek tussen de raadsleden niet leidt tot een gedeelde conclusie, vraagt het twijfelende raadslid de griffier om advies: is de voorgenomen handeling een schending? Bij aanhoudende twijfel gaat het raadslid naar de burgemeester. Deze formuleert (eventueel na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies aan het raadslid van wie een voorgenomen handeling vragen heeft opgeroepen. Dit raadslid volgt het advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt het raadslid dit zelf aan de gemeente- raad. Laat het raadslid dit na, dan doet de burgemeester het. Een raadslid twijfelt over een al uitgevoerde handeling van een ander raadslid. Het raadslid vraagt de griffier om advies: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan. Als na dit gesprek de twijfel niet is weggenomen, gaat het raadslid in gesprek met het collega-raadslid, tenzij er goede redenen zijn om dit niet te doen. Als de ander erkent mogelijk een schending te hebben begaan, informeert deze zelf de burgemeester en de gemeenteraad hierover. Bij aanhoudende twijfel doet het raadslid melding bij de burgemeester. Het is aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar fase 2 wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.

Rechtspraak bij dit artikel