1Medewerking aan wijziging c.q. herziening van het bestemmingsplan dan wel een omgevingsvergunning voor een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied, welke leidt tot verstening c.q. ruimtebeslag dat weliswaar ruimtelijke inpasbaar is (vanuit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening) maar ten koste gaat van de groene buitenruimte vindt alleen plaats indien:
er naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende landschappelijke inpassing ter plaatse plaatsvindt; én
er naar het oordeel van burgemeester en wethouders sprake is van een goede stedenbouwkundige c.q. landschapsarchitectonische kwaliteit van de ruimtelijke ingreep; én
een bijdrage plaatsvindt aan de (substantiële) versterking van de kernkwaliteit van het landelijke gebied. De versterking van de kernkwaliteit vindt plaats ter plekke dan wel elders binnen de Groene Ontwikkelingszone.
Paragraaf 3.
Artikel 3.2
Voorwaarden verevening
Onderdeel van Verordening Groene Balans: compensatie en verevening van groene waarden