**1.** De versterking van de kernkwaliteiten als bedoeld in artikel 3.1 moet in evenwicht zijn met de ruimtelijke impact van de ingreep. Voor het investeren in de kernkwaliteiten geldt een puntensysteem. Dit betekent dat initiatiefnemer zich bij een ruimtelijke ingreep verplicht te investeren in één of meer kernkwaliteiten uit dit puntensysteem. Het aantal benodigde punten wordt berekend op basis van de ruimtevraag in kubieke meters en wordt vooraf door burgemeester en wethouders bepaald. De inzet van deze punten moet vooraf ter goedkeuring aan burgemeester en wethouders worden voorgelegd.
**2.** Het puntensysteem als bedoeld in artikel 3.3 eerste lid, wordt door het college vastgesteld en kan periodiek worden herzien. Voor de toepassing van dit puntensysteem geldt telkens als peildatum de datum van aanvraag van de wijziging c.q. herziening van het Omgevingsplan dan wel de datum van binnenkomst van de aanvraag omgevingsvergunning.
**3.** Bij een ruimtelijke ontwikkeling in de vorm van functieverandering welke gekoppeld is aan het vrijkomen van (agrarische) bedrijfsbebouwing, wordt voor de inhoudelijke afweging verwezen naar het Beleidskader ‘Regels voor functieverandering in het buitengebied’ en diens rechtsopvolger(s). Aanvullend geldt dat de kernkwaliteiten van de omgeving versterkt moeten zoals benoemd onder artikel 3.3 eerste lid, maar met een reductie van 50% op het aantal punten dat nodig is per m 3 van de nieuwe woon- of werkfunctie.
**4.** Ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse van en binnen terreinen met een bestaande verblijfsrecreatieve bestemming zullen slechts mogelijk zijn bij versterking van kernkwaliteiten op basis van een maatwerkbeoordeling, rekening houdend met de impact van de maatregelen in relatie tot de mogelijkheden van versterking van kernkwaliteiten ter plaatse.
**5.** Bij ruimtelijke ontwikkelingen anders dan hiervoor genoemd, geldt maatwerk met als uitgangspunt dat tegenover het ruimtebeslag van de ingreep in oppervlakte van een niet-groene bestemming; minimaal eenzelfde oppervlakte ontwikkeld wordt ten dienste van het groen of natuur.
**6.** In het geval van verevening dient de initiatiefnemer een integraal plan ter goedkeuring aan het college voor te leggen waarin de landschappelijke/ruimtelijke inpassing, de versterking van de kernkwaliteiten en de goede stedenbouwkundige c.q. landschapsarchitectonische beeldkwaliteit in samenhang zijn opgenomen. De uitgangspunten van dit plan zullen als voorwaardelijke verplichting in het planologisch besluit worden vastgelegd.
**7.** Voor het vervolgbeheer als gevolg van de verevening dient een beheerovereenkomst te worden vastgesteld waarin het beheer voor een periode van tenminste 20 jaar wordt geborgd.
Paragraaf 3.
Artikel 3.3
Invulling verevening
Onderdeel van Verordening Groene Balans: compensatie en verevening van groene waarden