Naar hoofdinhoud

Artikel 4 vrijstellingen

Artikel 4 vrijstellingen

Onderdeel van verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2011

De precariobelasting wordt, met uitzondering van het bepaalde in de tabel onder 10, niet geheven ter zake van: voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; het hebben van borden, masten, palen en dergelijke voorwerpen, aangebracht in verband met de verkiezingen voor publiekrechtelijke lichamen; het hebben van voorwerpen of werken, welke door of vanwege het rijk, de provincie of de gemeente uitsluitend voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak zijn aangebracht of geplaatst; brievenbussen, openbare telefooncellen en niet tot reclame dienende aanwijzingen voor het publiek ten dienste van de posterijen en telefonie; het hebben van wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de ANWB, de K.N.A.C. en overeenkomstige instellingen; het hebben van kabels, buizen, verdeelkasten en dergelijke voorwerpen door het Eneco Energie Midden-Holland N.V., Oasen (drinkwater) en de Stichting Regionale Kabeltelevisie (Rekam); het hebben van buisleidingen, dienende voor de afvoer van water en rioolstoffen; het hebben van erkers, balkons, stoepen, pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, bloembakken, goten, regenpijpen, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen en dergelijke; het hebben van een zonnescherm of markies aan een, uitsluitend tot bewoning bestemd, perceel; het hebben van vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handelsnaam; het hebben van een fietstegel, -blok, -standaard of -rek mits niet voorzien van reclameopschrift; het hebben van halteborden voor busondernemingen, mits hierop geen reclame wordt gevoerd; het hebben van openbare aankondigingen en voorwerpen betreffende tijdelijke activiteiten, met niet-commerciële doeleinden, van charitatieve instellingen; het met toestemming (vergunning) van de gemeente geplaatste voorwerpen en aankondigingen in het kader van buurt gerelateerde evenementen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel