Eigen gebruik
Kleine windturbines en grondopstellingen voor zonnepanelen zijn een facilitaire voorziening. Dit betekent dat de kleine windturbines en/of zonnepanelen ten dienste moeten zijn van één of meerdere (geschakelde) bedrijven en/of andere “elektriciteitsvragers”. Met het oog op de overbelasting van het energienet mag de jaarlijks opgewekte elektriciteit het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van de initiatiefnemer(s) met maximaal 20% overstijgen. Zo kan eventuele variatie in de productie en het gebruik van de energie worden ondervangen. Liander moet deze teruglevering wel eerst akkoord bevinden. Ook kan het overschot (gedeeltelijk) worden opgeslagen door middel van batterijen. Hierbij dient wel rekening te worden gehouden met de wet- en regelgeving die geldt voor maximale opslag en veiligheidsafstanden voor batterijen.
Afstand tot andere bebouwing
Voor alle initiatieven geldt dat er moet worden voldaan aan de relevante wet- en regelgeving. Dit betekent dat voor de meeste installaties aan de hand van milieuonderzoeken moet worden aangetoond dat in de omgeving gelegen gevoelige functies geen (overmatige) hinder ondervinden, door bijvoorbeeld geluid en slagschaduw. Dit betekent dat er geen standaard-richtafstand geldt: indien kan worden aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat dan volstaat de afstand.
Tijdelijke vergunning
Vergunningen voor kleine windturbines en grondopstellingen voor zonnepanelen verlenen we niet voor onbepaalde tijd. Om te voorkomen dat oude windturbines onnodig lang in het landschap blijven staat, vergunnen we de plaatsing van een kleine windturbine voor maximaal 25 jaar. De verwachting is dat de meeste kleine windturbines binnen deze tijd zijn afgeschreven. De periode van maximaal 25 jaar hanteren we ook bij vergunningen voor zonneparken.
Hardheidsclausule voor alternatieve technieken
In de bovengenoemde beleidsafwegingen is enkel rekening gehouden met windturbines en grondopstellingen voor zonnepanelen. Dit betekent niet dat overige technieken per definitie worden uitgesloten. De initiatiefnemer dient aan te tonen dat een ontwikkeling op een duurzame manier bijdraagt aan het voorzien in de eigen energiebehoefte. Verder dient de ruimtelijke impact van de ontwikkeling kleiner of vergelijkbaar te zijn met de hierboven genoemde technieken. Wanneer dit het geval is kan de initiatiefnemer een beroep doen op de hardheidsclausule. De initiatiefnemer vraagt de gemeente Neder-Betuwe dan, onder voldoende motivering, af te wijken van de regels die in dit beleidskader staan.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3
Algemene beleidsoverwegingen
Onderdeel van Beleidskader kleinschalige opwek duurzame energie