In deze verordening wordt verstaan onder:
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik;
Initiatiefnemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die een initiatief tot woningbouw indient bij de gemeente;
Betaalbare koopwoning: Een woning met een koopprijs tussen de prijsgrens van een goedkope koopwoning en de prijsgrens voor betaalbare koopwoningen zoals bepaald door het Rijk (maximaal €390.000 V.O.N. prijspeil 2024, jaarlijks door de Rijksoverheid vastgesteld)
Betaalbare woning: een betaalbare koopwoning, een goedkope koopwoning, middenhuurwoning of sociale huurwoning.
CPI: Consumenten Prijs Index alle huishoudens zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) jaarlijks in januari publiceert over het voorafgaande kalenderjaar.
Financieel verevenen: Het afwijken van het verplichte aantal betaalbare woningen in een woningbouwplan zoals beschreven in artikel 4.1 van deze verordening door middel van een eenmalige financiële afdracht in het vereveningsfonds betaalbare woningbouw.
Goedkope koopwoning: Een woning met een V.O.N. koopprijs van maximaal 70% van de prijsgrens voor betaalbare koopwoningen, zoals bedoeld in lid c van dit artikel.
Liberalisatiegrens: De liberalisatiegrens is de maximale kale aanvangshuur waaronder een woning sociale huur is. De hoogte van de huur wordt dan bepaald door het puntenstelsel. De overheid bepaalt elk jaar hoeveel deze huren maximaal mogen stijgen.
Middenhuurwoning: Een woning met een huurprijs van maximaal €1.123,- per maand (prijspeil 2024)/ 186 wws punten, welke minimaal 15 jaar na oplevering als zodanig in stand gehouden wordt.
Onzelfstandige woonruimte: woonruimte die niet voldoet aan de begripsbepaling zelfstandige woonruimte.
Programmatisch verevenen: Het afwijken van het verplichte normpercentage zoals beschreven in artikel 4 van deze verordening voor één woningbouwcategorie binnen het betaalbare segment door samenvoeging van het normpercentage van deze woningbouwcategorie met één of meerdere andere woningbouwcategorieën binnen het betaalbare segment, zoals beschreven in artikel 5 van deze verordening.
Sociale huurwoning: Een woning die
Is ondergebracht bij een woningcorporatie met een huurprijs tot de liberalisatiegrens (maximaal 148 wws punten), of;
Voldoet aan de volgende voorwaarden:
Ook bij mutatie verhuurd wordt via het regionale woningverdeelsysteem, met een huurprijs tot de liberalisatiegrens (maximaal 148 wws punten) bij aanvang van de huurovereenkomst, en;
Bij aanvang van de huurovereenkomst verhuurd wordt aan huurders met een inkomen beneden de DAEB-inkomensgrens, en:
Na oplevering minimaal 25 jaar in standgehouden wordt voor de doelgroep
Flexwoning: Stapelbare, verplaatsbare, schakelbare, splitsbare of aanpasbare woningen, waarbij de woning, de locatie of de bewoning van tijdelijke aard is, te weten maximaal 15 jaar.
Vereveningsfonds betaalbare woningbouw: een instrument om de bouw van betaalbare woningbouw in de gemeente Medemblik te stimuleren
Vrij op naam (V.O.N.): De waarde van een woning waarin de wettelijk te maken kosten voor de koper opgenomen zijn.
Vrije sector woningen: een woning, niet zijnde een betaalbare woning.
Woningcorporatie: een Toegelaten Instelling Autoriteit Woningcorporaties op grond van artikel 19 van de Woningwet.
Wooncoöperatie: een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt om haar leden in staat te stellen zelfstandig te voorzien in het beheer en onderhoud van de door hen bewoonde woongelegenheden en de direct daaraan grenzende omgeving, zoals bedoeld in Artikel 18a van de woningwet.
Zelfstandige woonruimte: woonruimte met een eigen toegang, huisnummer en kadastrale eenheid die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening verevening betaalbare woningbouw Gemeente Medemblik 2024