Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 16

Spreekrecht inwoners bij commissievergaderingen

Onderdeel van Reglement van Orde van de gemeenteraad van Landsmeer 2024

1.. Een inwoner kan, na toestemming van de voorzitter van de commissievergadering, het woord voeren in een commissievergadering over een onderwerp dat ter advisering of ter meningsvorming op de agenda staat. 2.. De voorzitter kan bepalen dat derden het woord mogen voeren voor een inhoudelijke toelichting of presentatie. 3.. Spreken over een onderwerp dat op de agenda staat, is mogelijk bij het betreffende agendapunt tijdens de commissievergadering. 4.. [vervallen] 5.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit van tevoren aan de griffie. Aanmelding is mogelijk tot het moment dat de vergadering is geopend. De spreker vermeldt daarbij het onderwerp waarover deze persoon het woord wil voeren alsmede de kern van de aan de commissie over te brengen boodschap. De uit te spreken teksten kunnen worden aangeleverd bij de griffie voor publicatie. 6.. Het woord kan niet gevoerd worden over: onderwerpen waarbij sprake is of was van een juridisch geschil tussen een burger en de gemeente een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 7.. Inspraakreacties mogen in ieder geval niet bevatten: namen van ambtenaren of andere personen die zich niet kunnen verdedigen in het openbare debat van de commissie; beledigend- of aanstootgevend taalgebruik; reclame voor een politieke groepering. 8.. Elke spreker krijgt van de voorzitter van de commissievergadering maximaal vijf minuten het woord. Indien zich onverwacht zoveel sprekers melden dat de goede voorgang van de bespreking in het gedrang kan komen, kan de voorzitter de spreektijd per inspreker beperken, dan wel andere maatregelen nemen die nodig worden geacht. 9.. Raadsleden en commissieleden kunnen één korte informatieve vraag stellen aan insprekers. 10.. Raadsleden en commissieleden kunnen, indien het onderwerp niet op agenda staat, één vraag stellen aan het college. 11.. In gevallen waarin dit artikel niet voorziet, beslist de voorzitter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel