Indien de vervoersbehoefte niet of niet voldoende wordt opgelost met de collectieve verplaatsingsvoorziening kan in aanvulling op de RegioRijder een (individuele) verplaatsingsvoorziening worden toegekend. Er worden eisen opgesteld waaraan de voorziening moet voldoen zoals welk type hulpmiddel en welke aanvullende functionele eisen noodzakelijk zijn om het gewenste resultaat te bereiken. Hierbij geldt het principe goedkoopst adequaat. Denk hierbij onder meer aan rolstoelen, scootmobielen en driewielfietsen. Soms is een rijvaardigheidsbeoordeling nodig om de geschiktheid van een voorziening te onderzoeken of heeft iemand rijlessen nodig om veilig met een voorziening om te (leren) gaan. Dit is onderdeel van de voorziening.
In het toegangsproces voor een hulpmiddel wordt gehandeld conform de uitgangspunten die in het “Convenant maatwerkprocedure toegang hulpmiddelen” staan vermeld. Dit betekent dat een cliënt in samenspraak met een zorgprofessional, zelf een functioneel advies kan aanleveren, waarin het programma van eisen van het hulpmiddel staat vermeld. Ook kan bij complexe hulpmiddelen casemanagement door de leverancier ingezet worden. Het doel van casemanagement is borgen dat er iemand is die de controle heeft over het proces in een complexe hulpmiddelenverstrekking, en om één aanspreekpunt te creëren voor de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.4
Individuele maatwerkvoorzieningen vervoer en rolstoelen
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2024