In de Bomenverordening is het uitvoeren van een Bomen Effect Analyse (BEA) opgenomen. Maakt een aanvraag omgevingsvergunning, activiteit kappen, deel uit van een bouwproject, dan is een BEA verplicht. Indien in het projectgebied ook bomen staan waarvoor geen vergunning nodig is, wordt het doorlopen van de BEA nadrukkelijk aangeraden. Bij een BEA wordt gekeken naar de gevolgen van een project voor de omliggende beplanting, waaronder bomen.
De systematiek van de BEA is inmiddels een landelijke richtlijn voor het in beeld brengen van de mogelijke effecten van plannen op bomen, voorziet in advies en geeft ook de mogelijke alternatieven. Inzichtelijk wordt gemaakt welke voorwaarden in een bestek moeten worden opgenomen om de aanwezige bomen tijdens en na afronding van werkzaamheden in gelijke toestand te kunnen handhaven.
De uitkomsten van een grondonderzoek bepalen mede welke extra maatregelen moeten worden genomen voor de juiste groeiplaatsinrichting voor nieuw aan te planten bomen, waarbij de richtlijnen uit het Handboek Bomen worden gevolgd.
Vanuit de gemeente is het advies om de inventarisatie van de aanwezige bomen in de eerste fase (verkennings- of voorontwerpfase) van een project uit te voeren. Op dat moment is de planvorming nog niet vastgelegd, maar worden een aantal belangrijke beslissingen genomen waarbij voldoende rekening kan worden gehouden met de aanwezige bomen. Inventarisatie in de eerste fase van een project kan in een latere fase tijdswinst opleveren.
De volgende fase is de ontwerpfase. Het plan staat min of meer vast maar er is nog geen definitief besluit. De ontwikkelaar maakt keuzes voor de uiteindelijke uitvoering. Aan het einde van deze fase is het concreter wat het werk precies inhoudt. Deze fase is geschikt voor integrale besluitvorming met een BEA.
Samen met de bouwaanvraag bekijkt de gemeente of het noodzakelijk is om de beplanting in het te ontwikkelen gebied te verwijderen. Dit heeft ook invloed op de bomen en beplantingen die aan het plangebied grenzen. Voor bouwactiviteiten is daarnaast ruimte nodig die zodanig moet worden ingericht dat bomen zo min mogelijk worden beïnvloed.
De BEA beoordeelt deze punten onafhankelijk, voorafgaand aan de uitvoering van de ontwikkelingsplannen. De toets waarborgt de kwaliteit van het groen en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. De resultaten van de BEA worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4
Artikel 4.4.1
BEA bij ruimtelijke ontwikkelingen
Onderdeel van Bomenbeleidsplan Zoeterwoude 2024