De ambtenaar van wie buiten zijn toedoen de inconveniëntentoelage blijvend wordt verlaagd of beëindigd, heeft recht op de afbouwtoelage zoals geregeld in artikel 3:16 van de CAR/UWO-regeling indien hij de toelage zonder onderbreking van meer dan twee maanden gedurende tenminste drie jaren heeft genoten en met de verlaging of beëindiging van de toelage een bedrag is gemoeid van tenminste 3% van zijn salaris.