In onderstaande figuur wordt de samenhang tussen risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen aangegeven.
Figuur: De verhouding risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen1Gebaseerd op een model uit: ‘Handreiking weerstandsvermogen voor Raadsleden’ ministerie BZK
Ad a. Risico’s
Een veel gebruikte definitie van een beleidsrisico is de kans op een gebeurtenis, die de organisatie belemmert in het behalen van (één van) haar doelstellingen. Of: Een risico is een kans op optreden van een gebeurtenis met een bepaald (negatief) gevolg. Het kan gaan om diverse type risico’s:
Afkomstig buiten de eigen organisatie of binnen de eigen organisatie;
Niet beïnvloedbare en beïnvloedbare risico’s;
Terugkerende risico’s (structureel) en eenmalige risico’s (incidenteel);
In geld te kwalificeren en niet in geld te kwalificeren risico’s.
Gemeenten lopen tal van risico’s op verschillende vlakken, zoals uit de figuur blijkt. Te denken valt aan risico’s met betrekking tot het bedrijfs- en operationele proces, aansprakelijkheid, verbonden partijen (gemeenschappelijke regelingen en publiek-private samenwerking), subsidierelaties, gebiedsuitbreiding, openeinderegelingen, grondexploitaties, etc.
Een deel van de risico’s wordt afgedekt door specifieke maatregelen. Bijvoorbeeld het vormen van een reserve of voorziening, het afsluiten van verzekeringen en het inrichten van IC (interne controle). Naast de afgedekte risico’s loopt een gemeente ook altijd risico’s die niet (kunnen) worden afgedekt. Bijvoorbeeld omdat verzekering te duur is of omdat de kans op een gebeurtenis erg klein is.
De risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen zijn de risico’s die niet op een andere manier zijn ondervangen en die een financieel gevolg kunnen hebben. Voor de financiële risico’s in relatie tot het weerstandsvermogen geldt als definitie: de kans op een gebeurtenis die leidt tot een directe financiële tegenvaller van materiële betekenis, die niet is afgedekt in de begroting. Doen deze risico’s zich voor dan kunnen ze worden gedekt uit de beschikbare weerstandscapaciteit.
Ad b. Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit is de (potentiële) capaciteit aan geldmiddelen die de gemeente vrij kan maken om substantiële tegenvallers op te vangen. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden in een structurele en een incidentele weerstandscapaciteit.
De weerstandscapaciteit in het vermogen (reserves) kan slechts eenmalig ingezet worden en is dus incidenteel. De weerstandscapaciteit in de exploitatie is structureel, hiertoe worden o.a. gerekend de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien structureel.
Voorzieningen worden niet gerekend tot de weerstandscapaciteit omdat deze een specifiek bestedingsdoel hebben waarover niet vrij beschikt kan worden. Bovendien is een voorziening ook een vorm van afdekken van een gesignaleerd risico.
Ad c. Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin een gemeente in staat is om nog niet afgedekte risico’s op te vangen, zonder dat het beleid ingrijpend moet worden gewijzigd. Door afspraken te maken over het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat financiële tegenvallers dwingen tot bezuinigingen.
Om de weerstandscapaciteit te bepalen wordt de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit afgezet tegen de financiële gevolgen van de risico’s (benodigde incidentele weerstandscapaciteit) die een gemeente loopt.
Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit
Ratio weerstandsvermogen
=
__________________________________________
Benodigde incidentele weerstandscapaciteit
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1
Relatie risico’s, weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen
Onderdeel van Nota Weerstandsvermogen & Risicobeheersing 2025-2028